Onzichtbare Taaltaken
Annelies Kappers over de Film
‘Onzichtbare taaltaken’
Een andere manier van kijken naar taalontwikkeling in onderwijs.
door Annelies Kappers, Firma Taal ROC van Amsterdam.
Het taalniveau van MBO-ers is ‘schrikbarend laag!’ Iedereen klaagt: bedrijfsleven, docenten. De Pavlov-reactie is voorspelbaar: meer uren Nederlands en meer aandacht voor spellen en schrijven.
Maar dat is nu juist wat de meeste beroepsbeoefenaars (MBO-ers dus) niet hoeven als ze als professional aan het werk zijn.
Wat moeten ze dan wel kunnen en waar komen die klachten vandaan?
Het bespreken van taal in een moeizame zaak.
Als je er met docenten, schoolleiders, stagebegeleiders, werkgevers over praat, blijkt dat niemand eigenlijk precies in beeld heeft wát taal nu eigenlijk is. Er zijn vrij vage noties over schrijven, taalgebruik (straattaal wanneer dat niet past, formele en informele taal, vaktaal, toetstaal, garagetaal bijv.), woordenschat etc.
Het Raamwerk Nederlands heeft ons een stuk verder gebracht. Hier zie je duidelijk omschreven waar alle 5 taalvaardigheden aan moeten voldoen en de niveaus zijn ook helder omschreven. Hier dringen we door tot het wezen van taal in het beroep. Het gaat om professionaliteit: wát zeg of schrijf je precies als je iemand wil overtuigen van de kwaliteit van een bepaald product, de noodzaak van een bepaald medicijn of in al die situaties waarin professionals adviseren, voorschrijven, ondersteunen, doceren etc. Hoe beschrijf je eigenlijk een geur (als je in een parfumerie werkt), een gevoel (als je in de zorg werkt), een keuze van kleur (als je een mode-opleiding doet)?
Wat doe je precies met taal als je empathie moet laten zien? Dit is niet uitsluitend een non-verbaal iets, maar ook een kwestie van checken of iemand je begrijpt, samenvatten van wat iemand je heeft verteld etc.
Bovenstaande vaardigheden worden voortdurend van leerlingen in het MBO gevraagd, maar ze worden niet expliciet beschreven in criteria en er wordt al helemaal niet volgens bepaalde criteria feedback op gegeven. Ze zijn onzichtbaar aanwezig, deze taken. Maar wel essentieel voor de manier waarop gekeken wordt naar het functioneren van een leerling op stage of in het latere beroep.
Het gevolg hiervan is dat leerlingen én docenten vaak niet weten waar taalgebruik nu aan zou moeten voldoen. Zij merken wel dat er fouten worden gemaakt, maar welke fouten dat nu zijn???? En dan grijpt men al snel naar de meest zichtbare en meetbare aspecten. En dat zijn natuurlijk zinsbouw, grammatica en spelling. Meer uren voor taalonderwijs.
Een voorbeeld
Hoe meer ik me ging verdiepen in de taalproblemen van leerlingen in het MBO, hoe meer ik merkte dat ik op de stagevloer moest zijn. Dáár zie je wát er gevraagd wordt van een beginnend beroepsbeoefenaar en waar de leerlingen mee worstelen.
Een apothekersassistente bijvoorbeeld moet héél goed kunnen lezen en tegelijkertijd een cliënt/patiënt informeren en soms geruststellen. Dit ‘tegelijkertijd’ is essentieel: je moet iets opzoeken en toch deskundigheid uitstralen, contact houden met de cliënt en heel secuur de juiste informatie opzoeken en doorgeven. Ga er maar aanstaan.
Het is dan belangrijk dat je heel precies uitzoekt waar dat lezen aan moet voldoen: wat moet je precies doen als je op die manier moet lezen, hoe merk je, hoe zie je dat je het goed doet? Welke criteria kun je dus aanleggen?
Vervolgens ga je die criteria met leerlingen bespreken en het lezen en voorlichten wordt in de les geoefend en de taak wordt met de criteria in de hand bekeken.
Firma Taal van het ROC van Amsterdam maakte een film over bovenstaande taalproblematiek en –aanpak. De film is bedoeld voor docenten (ook niet-taaldocenten), managers en beleidsbeslissers. Klik hier voor de OTT Brochure.
